Veelgestelde vragen (FAQ)

Op deze pagina geeft de project groep antwoord op een aantal veel gestelde vragen rondom de Veldnorm Evenementenzorg. Ook een vraag? Mail naar: info@evenementenz.org.

Wat is evenementenzorg in het kader van de Veldnorm Evenementenzorg (VNEZ)?

De VNEZ gaat over alle evenementen waarbij zorgverleners (zowel eerstehulpverleners als zorgprofessionals) individueel of georganiseerd verband worden ingezet. Georganiseerd verband betekent dat een organisatie zorgverleners inzet met de specifieke taak om zorg te verlenen. Zorg is zowel Eerste Hulp (EHBO) als medische zorg. Voorbeelden hiervan zijn: 2 eerstehulpverleners die bij een hockeywedstrijd worden ingezet, een arts die bij een motorcross is ingezet in samenwerking met een EHBO-team tot de inzet van vele eerstehulpverleners en zorgprofessionals bij een groot muziekevenement.

Evenementenzorg is planbare zorg. Dit betekent dat vooraf kan worden ingeschat welke zorg nodig kan zijn. Om deze inschatting te maken kan een risico-analyse noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld in combinatie met ervaringen van eerdere edities van een evenement. Aan de hand van de verwachte risico’s en bijbehorende zorgvragen worden de juiste zorgniveaus ingezet. Is op grond van de analyse te verwachten dat bepaalde risicovolle- of voorbehouden handelingen nodig zijn, dan dienen zorgverleners te worden ingezet die bevoegd en bekwaam zijn om deze handelingen uit te voeren. Wanneer het aanbod zorgvragers door bijzondere omstandigheden groter is dan op voorhand werd ingeschat, wordt via de Meldkamer Ambulancezorg de zorg opgeschaald.

Uitgangspunt is dat bij veel evenementen de inzet van eerstehulpverleners voldoende is. Dit zijn de zorgniveaus Basis Eerste Hulp, eventueel aangevuld met Evenementen Eerste Hulp. Indien er sprake is van een verhoogd risico, bijvoorbeeld door grote aantallen bezoekers of door risicoactiviteiten, dan kunnen aanvullend zorgprofessionals van hogere zorgniveaus worden ingezet.

Evenementenzorg is ook maatwerk. Afhankelijk van het risico en de verwachte zorgvragen kunnen zorgverleners worden ingezet die het beste in staat zijn om de zorgvragen af te handelen. Bij een evenement waarbij sportletsels worden verwacht kan dit betekenen dat er naast eerstehulpverleners een sportarts wordt ingezet. Bij een dance-event een ambulanceteam in combinatie met een arts die in staat is om stoornissen in de vitale functies te behandelen. En bijvoorbeeld op de camping van een meerdaags festival een huisarts.

Hoe zit het met de nieuwe zorgniveaus in de Veldnorm Evenementenzorg?

Met de introductie van de Veldnorm Evenementenzorg (VNEZ) gaat er voor de zorg op evenementen een aantal dingen veranderen. Een belangrijke verandering is dat er nieuwe zorgniveaus geïntroduceerd worden. Hiermee komende de in de Handreiking Publieksevenementen van GGD/GHOR Nederland beschreven zorgniveaus (BLS, BLS+ en ALS) te vervallen, mede omdat niet altijd duidelijk is wat onder deze zorgniveaus wordt verstaan. De op dit moment in revisie zijnde Handreiking wordt aangepast aan de VNEZ.

De nieuwe zorgniveaus maken het mogelijk om de inzet van eerstehulpverleners en zorgprofessionals beter af te stemmen op de risico’s van het evenement. In een zorgniveau wordt beschreven welke interventies mogelijk zijn en wie bevoegd en bekwaam is om op dat niveau te handelen.

Evenementenzorg is maatwerk. Zorgniveaus worden naast elkaar of aanvullend op elkaar ingezet. Het uitgangspunt is dat eerste hulp (EHBO) bij de meerderheid van de evenementen de basis vormt. Aan de hand van het risicoprofiel van het evenement worden aanvullend de juiste zorgprofessionals ingezet.

De zorgniveaus bieden hier handvatten voor en geven tevens aan wat men van een zorgverlener mag verwachten.

Voor de eerste hulp op evenementen zijn er twee niveaus:

‘Basis Eerste Hulp’ dat bedoeld is voor kleine evenementen met een laag risico. Dit niveau gaat uit van de inzet van eerstehulpverleners met een diploma of certificaat dat voldoet aan de competenties zoals omschreven in de VNEZ.

Voor grotere evenementen of evenementen met een verhoogd risico wordt ‘Evenementen Eerste Hulp’ geïntroduceerd. Dit zorgniveau is een uitbreiding op Basis Eerste Hulp, waarbij het gaat om aanvullende competenties in de context van grote evenementen, methodisch handelen, effectieve communicatie en samenwerking met zorgprofessionals.

Voor zorgprofessionals zijn er meerdere zorgniveaus:

Het zorgniveau ‘Basiszorg’ vervangt het huidige BLS+. Dit zorgniveau is bedoeld om niet-gespecialiseerde zorgverleners (verpleegkundigen, doktersassistenten, ambulancechauffeurs) een duidelijk afgebakende plaats te geven binnen de evenementenzorg. Deze zorgprofessionals brengen extra kennis en ervaring mee wat betreft beoordeling van zorgvragers en prioritering van zorg. Zij kunnen worden ingezet aanvullend op Basis en Evenementen Eerste hulp of ter ondersteuning van zorgprofessionals in de hogere zorgniveaus.

Zorgniveau ‘Spoedzorg’ is nieuw en heeft als doel het gat op te vullen tussen wat tot op heden bestond tussen BLS+ en ALS. Het kenmerkt zich door de inzet van gespecialiseerde verpleegkundigen en BMH/VS/PA die werkzaam zijn op een afdeling waar acute zorg geleverd wordt, zoals de SEH, IC, CCU of anesthesie. Zij kunnen op basis van protocollen of onder aansturing van een arts aanvullende handelingen uitvoeren in afwachting van de komst van een ambulance of zorgprofessionals van het niveau Specialistische Spoedzorg.

Specialistische Spoedzorg komt in plaats van Advanced Life Support (ALS) en heeft als doel om specialistische spoedzorg te leveren op het niveau van ambulancezorg en zorg door medisch specialisten in de acute zorg. Hiermee is er geen onduidelijkheid meer over wat het tot op heden gehanteerde ‘ALS’ precies inhoud. Binnen dit zorgniveau kunnen worden ingezet: ambulanceverpleegkundigen, BMH/VS/PA werkzaam op de ambulance en SEH-artsen KNMG, anesthesiologen, intensivisten en MMT-artsen.

Medische Zorg is zorg op maat geleverd door artsen, verpleegkundig specialisten en physician assistants die afhankelijk van hun specialisme aan de hand van specifieke risico’s of verwachte zorgvragen op evenementen worden ingezet. Hierbij kan gedacht worden aan een sportarts of orthopeed voor sportevenementen of een huisarts op de camping van een meerdaags evenement.

De koppeling tussen zorgniveau en risicoprofiel en zorg wordt in de komende maanden verder uitgewerkt. Dit zal worden opgenomen in de nieuwe Landelijke handreiking geneeskundige advisering publieksevenementen van GGD/GHOR Nederland.

Wat betekent de Veldnorm Evenementen zorg (VNEZ) voor mij als eerstehulpverlener? Gaat er veel veranderen?

Voor de meeste eerstehulpverleners verandert er weinig. EHBO blijft EHBO. In de VNEZ worden eerstehulpverleners ook zorgverleners genoemd, omdat ze speciaal aanwezig zijn om zorg te verlenen. Eerstehulpverleners zijn inzetbaar in de zorgniveaus Basis Eerste Hulp en, indien ze aanvullend zijn opgeleid voor grote evenementen, ook in Evenementen Eerste Hulp. Bij hogere zorgniveau’s worden naast eerstehulpverleners ook zorgprofessionals ingezet.

In de VNEZ is een gedragscode voor zorgverleners opgenomen. Deze beschrijft wat van een goede zorgverlener verwacht mag worden. De organisatie waarvoor je zorg verleent kan de gedragscode gebruiken om afspraken met je te maken over hoe je je als zorgverlener gedraagt.

De organisatie voor wie je zorg verleent (de EHBO-vereniging of EHBO-organisatie) wordt evenementenzorgorganisatie eerste hulp (EZO EH) genoemd. Het kan zijn dat de EZO naar aanleiding van de VNEZ een aantal dingen met je wil vastleggen, als dat niet eerder al is gedaan. Dit betreft een (vrijwilligers)overeenkomst met gezamenlijke afspraken en een verwijzing naar de gedragscode. Daarnaast kunnen ze vragen om een kopie van een geldig EHBO-diploma of certificaat en bewijsstukken van aanvullende opleidingen.

Tijdens een evenement geldt dat je volgens het ‘vier ogen principe’ altijd met twee zorgverleners werkt. Eenvoudige, veel voorkomende klachten worden geturfd op een lijst. Bij andere zorgvragen wordt op een zorgcontactformulier genoteerd waarmee het slachtoffer bij de zorgverlener kwam, wat er gedaan is en welke adviezen zijn gegeven. Deze formulieren worden bewaard om vragen of klachten achteraf te kunnen beantwoorden. De aanwezigheid van een AED is verplicht op evenementen.

In de VNEZ is ook beschreven waaraan hulpverleningskleding moet voldoen en hoe eerstehulpverleners herkenbaar moeten zijn.

Welke handelingen mag ik wel en niet uitvoeren als eerstehulpverlener?

In de VNEZ wordt beschreven onder welke voorwaarden een zorgverlener specifieke handelingen mag uitvoeren. Uitgangspunt hierbij is dat de zorgverlener in staat moet zijn om de handeling veilig uit te voeren en dat hij daartoe competent is verklaard. Ervaring met risicovolle- of voorbehouden handelingen wordt opgedaan in de beroepspraktijk van de zorgprofessional.
Voor handelingen in Categorie 1 en 2 (zie hoofdstuk 4.4) geldt dat eerstehulpverleners deze zelfstandig mogen uitvoeren, mits ze daarvoor bekwaam zijn op basis van opleiding, certificering en training. Handelingen in Categorie 3 zijn voor eerstehulpverleners assisterende handelingen. Dat wil zeggen dat een eerstehulpverlener deze handelingen niet zelfstandig mag uitvoeren. De eerstehulpverlener moet op basis van opleiding, certificering en training bekwaam zijn in het uitvoeren van de assisterende handeling. Hij mag de handeling alleen uitvoeren na opdracht van en onder supervisie van een bevoegd zorgprofessional. De zorgprofessional draagt de eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van de handeling.
Handelingen in Categorie 4 en Categorie 5, de risicovolle- en voorbehouden handelingen mogen niet door eerstehulpverleners worden uitgevoerd.

Wanneer ben ik volgens de Veldnorm Evenementenzorg (VNEZ) zorgprofessional?

Je bent zorgprofessional als je in je dagelijks leven werkzaam bent in de zorg. Dit zijn bijvoorbeeld: verzorgenden, (ambulance)verpleegkundigen, artsen, verpleegkundig specialisten, physician assistants, bachelor medisch hulpverleners, doktersassistenten, ambulancechauffeurs. Je kunt als zorgprofessional, afhankelijk van je beroep, geregistreerd zijn in het BIG-register.

Wat betekent de Veldnorm Evenementenzorg (VNEZ) voor mij als zorgprofessional?

Als je als zorgprofessional bent ingezet als zorgverlener op een evenement gelden, net als in je dagelijks werk, de beroepsstandaarden die horen bij je beroep. Ook val je als je BIG-geregistreerd bent tijdens je werkzaamheden in de evenementenzorg onder de Wet BIG.

De gedragscode in de VNEZ is ook van toepassing op zorgprofessionals.

In de VNEZ zijn verschillende zorgniveaus gedefinieerd. Afhankelijk van je beroep en je dagelijkse werkzaamheden in de zorg kan je over de competenties beschikken om in een bepaald zorgniveau te worden ingezet. Net als in een zorginstelling gelden ook in de evenementenzorg regels rondom bevoegdheid en bekwaamheid. Handelingen waartoe je in je dagelijkse praktijk niet bevoegd of niet bekwaam bent mag je ook op een evenement niet uitvoeren.

De Medisch Manager Evenementenzorg (MME) van de Evenementenzorgorganisatie medisch (EZO Medisch) die jou inzet moet aan de hand van de door jou aangeleverde relevante diploma’s, certificaten en getuigschriften je bevoegdheden vaststellen. De MME legt in een bekwaamheidsverklaring vast dat je aan de eisen voldoet om in dat specifieke zorgniveau te worden ingezet.

Binnen de EZO kunnen specifieke protocollen gelden voor zorgprofessionals. Deze beschrijven wie welke handeling in welke situatie mag uitvoeren. Bijvoorbeeld het aan de hand van een protocol toedienen van pijnstillers door een verpleegkundige in niveau Spoedzorg. De opdracht wordt op papier door de MME verstrekt, maar de verpleegkundige blijft verantwoordelijk voor de juiste uitvoering van het protocol.

Welke handelingen mag ik wel en niet uitvoeren als zorgprofessional?

In de VNEZ wordt beschreven onder welke voorwaarden een zorgverlener specifieke handelingen mag uitvoeren. Uitgangspunt hierbij is dat de zorgverlener in staat moet zijn om de handeling veilig uit te voeren en dat hij zich hiertoe bekwaam voelt. Ervaring met risicovolle- of voorbehouden handelingen wordt opgedaan in de beroepspraktijk van de zorgprofessional.

Voor zorgprofessionals geldt hetzelfde als ook geldt in de reguliere zorg: een handeling mag worden uitgevoerd als de zorgprofessional bekwaam en bevoegd is. Hier geldt dat handelingen alleen mogen worden uitgevoerd als de zorgprofessional deze in zijn dagelijkse praktijk ook mag uitvoeren. Dezelfde zorgvuldigheidseisen bij de uitvoering van voorbehouden handelingen gelden als in de reguliere zorg. De zorgprofessional moet in staat zijn de handelingen te verrichten die passen binnen het zorgniveau waarop hij is ingezet. Wanneer hij is ingezet op het niveau van eerste hulp verlener moet hij ook over de competenties van een gediplomeerde EHBO verlener beschikken.

Enkele voorbeelden:
Een SEH-verpleegkundige die is ingezet in zorgniveau Spoedzorg mag op een evenement een infuus prikken en infusie met infuusvloeistof starten als dat nodig is. Hij is hiertoe in zijn dagelijkse praktijk bevoegd en bekwaam. Voorwaarde is wel dat een arts de opdracht geeft, dit kan een arts zijn op het evenemententerrein, of de MME is de opdrachtverstrekker, wanneer deze de SEH-verpleegkundige schriftelijk bekwaam heeft verklaard en er binnen de EZO een protocol is waarin de indicaties, contra-indicaties en uitvoering beschreven zijn. De MME is opdrachtverstrekker voor de verpleegkundige, maar de verpleegkundige blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van het protocol.

Een verpleegkundige die werkzaam is op de afdeling chirurgie en op een evenement is ingezet in zorgniveau Basiszorg mag géén maskerballonbeademing toepassen. Op grond van zijn dagelijkse beroepspraktijk is niet te verwachten dat hij bekwaam is in de uitvoering van maskerballonbeademing en zodoende is hij ook in de evenementenzorg niet bevoegd.

Zorgt de Veldnorm er niet voor dat heel veel (kleine) evenementen onmogelijk worden gemaakt? Bijvoorbeeld door hogere eisen?
De Veldnorm heeft als doel om vast te stellen wat goede evenementenzorg is. Op veel evenementen is de zorg al goed geregeld. In de Veldnorm zal hetgeen dat al standaard is vastgelegd worden als norm. Daarom is de input van de veldpartijen belangrijk, zij bepalen gezamenlijk de inhoud van de veldnorm.

De vragen gaan veel over medische handelingen, dat is toch niets voor de EHBO?
Om vast te kunnen stellen welke interventies (handelingen) tot welk zorgniveau behoren is in de vragenlijst naar zowel EHBO-handelingen als medische handelingen gevraagd. Uit de vragenlijsten blijkt dat verreweg de meerderheid van de EHBO-organisaties hun eerstehulpverleners géén risicovolle (of voorbehouden) handelingen laat verrichten. Dit is zeer waardevolle input voor de Veldnorm. 

Zit er een commerciële organisatie achter de Veldnorm Evenementenzorg?
Nee, de veldnorm is een samenwerking tussen diverse organisaties die actief zijn in de evenementenzorg en de overheid. Er zit geen commerciële organisatie achter en de leden van de projectgroep zijn gedetacheerd vanuit hun eigen organisatie.

Wie heeft opdracht gegeven tot ontwikkeling van de veldnorm en hoe komt deze tot stand?
De ontwikkeling van de Veldnorm Evenementenzorg is in april 2017 gestart op initiatief van Pim de Ruijter, arts, ruim 10 jaar betrokken bij evenementenzorg en auteur van het boek Gevorderde Eerste Hulp. In een eerste inventarisatie onder enkele evenementenzorgaanbieders, certificerende organisaties, het Ministerie van VWS (MinVWS), de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en GHOR Nederland bleek er grote behoefte te bestaan aan een veldnorm.

Hierop zijn een project- en stuurgroep geformeerd om de ontwikkeling een veldnorm voor de evenementenzorg te faciliteren. Zowel het Oranje Kruis en het Rode Kruis hebben hiervoor een projectmedewerker aangedragen.

Het veld heeft via diverse mailings, vragenlijsten en bijeenkomsten input geleverd voor het eerste concept van het veldnorm. Relevante medische beroepsverenigingen zullen worden gevraagd een uitspraak te doen over de veldnorm en dan met name over het uitvoeren van risicovolle- en voorbehouden handelingen door evenementenzorgverleners. Het belang van een veldnorm wordt door het Ministerie van VWS en de Inspectie voor de Gezondheidszorg onderschreven, maar zij leveren geen inhoudelijke bijdrage aan de veldnorm.

Hoe wordt onafhankelijkheid gewaarborgd?
De leden van de projectgroep zijn in hun dagelijks leven betrokken bij evenementenzorg en de ontwikkeling van onderwijsmateriaal. Om onafhankelijkheid te borgen is er een stuurgroep geformeerd die bestaat uit vier niet bij evenementenzorg betrokken leden. De stuurgroep houdt toezicht op de procesgang en op de onafhankelijke totstandkoming van de veldnorm.

Waarom worden de Nederlandse Richtlijnen Eerst Hulp (NREH) voor de EHBO genoemd?
Het veld heeft in de verschillende bijeenkomsten aangegeven dat zij de NREH als basis zien voor het verlenen van eerste hulp op evenementen.

Vanwege de intrekking goedkeuringsbesluit regeling eenheidsdiploma EHBO in 2005 werd het voor meerdere organisaties wettelijk mogelijk om eigen certificaten EHBO aan te bieden. Het Oranje Kruis, Het Rode Kruis en het NIBHV zagen de noodzaak van Nederlandse richtlijnen in omdat richtlijnverschillen samenwerking tussen eerstehulpverleners onderling en tussen eerstehulpverleners en zorgprofessionals bemoeilijkt. Daarnaast staat in alle internationale richtlijnen dat aanpassing aan de lokale gezondheidszorg noodzakelijk is.

De NREH zijn samengesteld op basis van (inter)nationale richtlijnen (NRR/ERC, IFRC, AHA). De NREH zijn aangepast aan de Nederlandse situatie door onder meer de standaarden van het Nederlandse Huisartsen Genootschap (NHG) en de Landelijke Protocollen Ambulancezorg (LPA 8.1) bij de samenstelling te betrekken.

De NREH zijn vervolgens vastgesteld door de volgende onafhankelijke medische beroepsverenigingen: de Nederlandse Vereniging voor Spoedeisende Hulp-Artsen, de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie, de Nederlandse Vereniging voor Traumatologie en de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie. Bij de vaststelling zijn ook Ambulancezorg Nederland, de Beroepsvereniging V&VN Ambulancezorg, de Nederlandse Vereniging van Arts-Docenten in de Eerste Hulp, de Nederlandse Organisatie Docenten EHBO, een onderwijskundig expert en het Ministerie van Defensie betrokken geweest.

Waarom moet een zorgcontactformulier worden ingevuld bij behandeling door eerstehulpverleners?
Soms zijn er vanuit een zorgvrager of diens familie vragen/klachten over de behandeling op een evenement, bijvoorbeeld als er sprake is van letsel als gevolg van een (onjuiste) behandeling of als de zorgvrager slachtoffer is van een misdrijf/mishandeling. Wanneer gegevens niet genoteerd zijn of niet terug te vinden zijn is het lastig zo niet onmogelijk om deze informatie te verstrekken. Bij calamiteiten of fouten in de evenementenzorg moet informatie over de behandeling terug te vinden zijn, ook om herhaling zo mogelijk te voorkomen. De nieuwe privacywetgeving (AVG) stelt strenge eisen aan registratie en opslag van persoonsgegevens en gezondheidsgegevens. De evenementenzorgorganisaties dienen zich aan deze eisen te houden.