Toelichting bij conceptversie V1.8 / februari 2026

Ga naar:

Over de revisie

In conceptversie 1.8 is de meeste feedback vanuit het veld verwerkt. Op enkele punten kunnen nog wijzigingen komen op basis van uitkomsten van overleg of (juridische) toetsing.

Er onder andere worden nog wijzigingen verwacht met betrekking tot:

  • Inzet van AIOS in Specialistische Spoedzorg
  • Inzet van BIG-geregistreerden als eerstehulpverlener (binnen EZO-EH)
  • Herkenbaarheid en kleding zorgverleners (eigen logo voor zorgniveaus?)
  • Eisen aan medicatiebeheer binnen de EZO Medisch (gezien vervallen toezichthoudend apotheker)

Indeling veldnorm

Om de leesbaarheid van de veldnorm te verbeteren is het document ingedeeld 6 delen:

  • Deel I Algemeen
  • Deel II Evenementenzorgverleners
  • Deel III EZO Eerste Hulp
  • Deel IV EZO Medisch
  • Deel V Levering van zorg op evenementen
  • Deel VI Kwaliteit en veiligheid in de evenementenzorg

Hier in is onderscheid gemaakt tussen de delen die relevant zijn voor eerstehulpverleners en EZO Eerste Hulp (I,II,III,V,VI), voor zorgprofessionals en EZO Medisch (I,II,IV,V,VI).

EZO Eerste Hulp

Voor evenementezorgorganisaties Eerste Hulp zijn er geen grote wijzigingen in de conceptversie van de veldnorm. Dat past bij de conclusie van IGJ dat EHBO-verenigingen over het algemeen de evenementen doen waar minder risico’s zijn. Door de nieuwe indeling is geprobeerd om de voor de EZO EH relevante informatie beter bij elkaar te zetten. Als de nieuwe veldnorm uit is, zal er nog een aparte toelichting worden gepubliceerd om de leesbaarheid te vergroten en praktische aanwijzingen te geven.

Wel is van belang dat ook EZO Eerste Hulp dienen te beschikken over een klachtenregeling.

Zorgniveaus en vaardigheden

In de zorgniveaus is een duidelijker onderscheid gemaakt tussen welke zorgniveaus door EZO EH en EZO medisch kunnen worden ingezet. Zie 2.3.1 en 2.3.2.

EZO EH:

  • Basis Eerste Hulp
  • Evenementen Eerste Hulp

De competenties voor Evenementen Eerste Hulp zijn nadrukkelijker beschreven. Diagnostische vaardigheden hebben geen plaats binnen een EZO EH als deze niet samenwerkt met een EZO Medisch. De uitzondering hierop is de lichaamstemperatuur, die door iedereen mag worden gemeten en geïnterpreteerd. Medisch assisterend handelen is binnen de EZO EH niet toegestaan.

EZO Medisch:

  • Basis Eerste Hulp
  • Evenementen Eerste Hulp (+/- Assisterend medisch handelen)
  • Basiszorg (+/- Assisterend medisch handelen)
  • Huisartsenzorg
  • Spoedzorg
  • Specialistische Spoedzorg

Diagnostische vaardigheden en Medisch assistend handelen

Diagnostische vaardigheden kunnen door eerstehulpverleners binnen een EZO medisch worden toegepast, mits in het zorgniveau Evenementen Eerste Hulp. Assisterend medisch handelen (bevat de handelingen die voorheen werden aangeduid als Categorie 3) kan alleen worden aangeboden binnen een EZO Medisch, omdat hiervoor borging door een MME met een bekwaamheidsverklaring is vereist. Een EZO Medisch kan er voor kiezen om géén Diagnostische vaardigheden en Assisterend medisch handelen door eerstehulpverleners toe te staan.

Indien de EZO Medisch Medisch assisterend handelen door zorgverleners in Evenementen EH of Basiszorg toestaat, dan moeten alle handelingen beschreven in 9.1.2 worden beheerst.

De indeling in categorieën handelingen zoals in de vorige versie van de veldnorm is komen te vervallen. Er blijkt veel onduidelijkheid in het veld over de relatie tussen zorgniveaus en categorieën. Er is nu duidelijker beschreven welke handelingen door welke zorgverlener kunnen worden toegepast.

Medische zorg vervallen, artsen ingedeeld naar zorgniveaus

Zorgniveau Medische zorg is vervallen, omdat dit te breed was en daardoor niet altijd duidelijk was wat de competenties van de artsen waren.

Artsen kunnen vanaf nu worden ingedeeld in:

  • Basiszorg: basisartsen, of overige artsen zonder relevante werkervaring in spoedzorg (SEH, IC, CCU, anesthesie).
  • Huisartsenzorg: huisartsen en huisartsen in opleiding vanaf 3e jaar opleiding
  • Spoedzorg: basisartsen met >1 jaar werkervaring op SEH, IC, CCU, anesthesie.
  • Specialistische Spoedzorg: SEH-arts, Intensivist, anesthesioloog, MMT-arts

Hiermee kan beter gedifferentieerd worden ingezet. De MME bepaalt aan de hand van de veldnorm en de relevante werkervaring in welk niveau een arts kan worden ingezet.

Huisartsenzorg

Huisartsenzorg is een nieuw niveau dat de inzet van huisartsen (in opleiding vanaf 3e jaar), physician assistants huisartsenzorg en verpleegkundig specialisten huisartsenzorg regelt.

Zelfstandig inzetbaar of niet zelfstandig inzetbaar

In de vorige versie werd gesproken over wel of niet zelfstandig bevoegd. Deze indeling is niet altijd praktisch in de praktijk. Daarom wordt er nu gesproken over wel of niet zelfstandig inzetbaar. Zelfstandig inzetbaar betekent dat de zorgprofessional zelfstandig kan worden ingezet zonder dat er een andere (zelfstandig bevoegde) zorgprofessional nodig is. Bijvoorbeeld om de opdracht tot een risicovolle of voorbehouden handeling te geven of om medicatie toe te dienen. In spoedzorg is dat geregeld via een protocol van de EZO (als schriftelijke opdracht van de MME).

Niet zelfstandig inzetbaar betekent dat er altijd een andere zelfstandig bevoegde zorgprofessional aanwezig moet zijn om mee samen te werken om aan het zorgniveau te kunnen voldoen. Binnen basiszorg zijn alle genoemde zorgprofessionals zelfstandig inzetbaar omdat er geen risicovolle- of voorbehouden handelingen worden verricht. Binnen Spoedzorg zijn er enkele uitzonderingen op basis van de dagelijkse praktijk (die soms te smal is om het volledige spectrum aan spoedzorg te kunnen leveren).