Toelichting bij versie 1.90 (September 2026)

Ga naar:

Over de revisie

Versie 1.90 van de Veldnorm Evenementenzorg is in september 2026 gepubliceerd. In deze versie is alle feedback uit de diverse internetconsultaties en werkgroepen verwerkt. Deze versie is het definitieve concept van de veldnorm dat nog ter beoordeling aan diverse (medische) beroepsverenigingen zal worden voorgelegd. Hierna zal de definitieve versie 2.0 worden gepubliceerd. Op 1 januari 2027 start de overgangs- en implementatieperiode, waarin de veldpartijen en andere gebruikers deze kunnen implementeren. De overgangs- en implementatieperiode loopt tot 1 januari 2028.

Hieronder is een bondig overzicht van de wijzigingen.

Hoofdstuk 1

  • Geen grote inhoudelijke wijzigingen.

Hoofdstuk 2

  • Lijst met definities uitgebreid. Geeft nu een overzicht van de meeste relevante definities voor het lezen van de veldnorm.
  • Definitie Meldkamer (evenement) aangevuld met Centrale Post.

Reeds in 1.88:

  • Definitie ‘laag risico evenement’ aangescherpt.
  • Uitgebreide beschrijving zorgniveau verplaatst naar de hoofdstukken voor EZO Eerste Hulp en EZO Medisch.

Hoofdstuk 3

  • Wet Toetreding zorgaanbieders toegevoegd.
  • Geneesmiddelenwet toegevoegd

Reeds in 1.88

  • Arbeidstijdenwet en Arbowetgeving toegevoegd.

Hoofdstuk 4

  • In versie 1.90 geen grote inhoudelijke wijzigingen.

Reeds in 1.88:

  • Onderscheid tussen Basis EH en zorgniveaus vanaf Evenementen EH duidelijker aangegeven. Op Basis EH is alleen 4.1.1 van toepassing. Op alle ander zorgniveaus zijn zowel 4.1.1 als 4.1.2 van toepassing. Daarmee zijn de algemene competenties duidelijker weergegeven ten opzichte van de eerste versie van de veldnorm.
  • Paragraaf 4.3 toegevoegd over patiëntenrechten en evenementenzorg.

Hoofdstuk 5

  • 1.88: Beschrijft de eisen waaraan een EZO Eerste Hulp moet voldoen.

Hoofdstuk 6

  • Het door eerstehulpverleners uitvoeren van metingen ten behoeve van een 1-1-2 melding is niet wenselijk. De NVMMA heeft hierover expliciet de uitspraak gedaan dat deze metingen niet worden gebruikt bij de triage op de meldkamer ambulancezorg.

Reeds in 1.88:

  • Beschrijft de zorgniveaus Basis EH en Evenementen EH binnen de EZO Eerste Hulp.
  • Diagnostische vaardigheden zijn niet toegestaan binnen de EZO EH, met als uitzondering de temperatuurmeting in het oor, die altijd mag worden uitgevoerd (Nederlandse Richtlijnen Eerste Hulp.
  • Medisch assisterend handelen is binnen de EZO Eerste Hulp niet toegestaan.
  • De inzet van zorgprofessionals (met BIG-registratie) binnen de EZO EH blijft juridisch riskant en wordt tot op heden afgeraden.

Hoofdstuk 7

  • Beschrijft de eisen waaraan een EZO Medisch moet voldoen.
  • De verwijzing naar het Landelijk Protocol Ambulancezorg Hoog-complex (LPA-HC) als handelingskader voor de functioneel zelfstandig bevoegde ambulanceverpleegkundige hoogcomplexe zorg is afgestemd met de Nederlandse Vereniging van Medisch Managers Ambulancezorg (NVMMA). Toepassing van het LPA-HC binnen de evenementenzorg vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de Medisch Manager Evenementenzorg (MME) van de EZO waarbij de zorgprofessional is ingezet.

Hoofdstuk 8

  • Beschrijft de zorgniveaus die binnen de EZO Medisch kunnen worden ingezet.
  • Toevoeging bij 8.1 dat huisartsenchauffeurs en ambulancechauffeurs middencomplexe ingezet binnen zorgniveaus Eerste Hulp dienen te voldoen aan de vereisten gesteld aan het betreffende zorgniveau, zoals te beschikken over aantoonbare competenties op het gebied van Eerste Hulp en Medisch assisterend handelen.
  • Het door eerstehulpverleners uitvoeren van metingen ten behoeve van een 1-1-2 melding is niet wenselijk. De NVMMA heeft hierover expliciet de uitspraak gedaan dat deze metingen niet worden gebruikt bij de triage op de meldkamer ambulancezorg.
  • Dubbele tekst over diagnostische vaardigheden verwijderd.
  • In het schema in 8.3 zijn enkele beroepstitels aangepast en is de positie van PA/VS huisartsenzorg aangepast naar de wettelijke kaders (zelfstandig bevoegd en zelfstandig inzetbaar). Bij Spoedzorg is Medisch specialist met relevante werk ervaring toegevoegd.
  • De internist acute geneeskunde is toegevoegd bij het niveau Specialistische Spoedzorg
  • In 8.3.3 is de positie van zorgprofessionals in opleiding verduidelijkt.
  • Toelichting bij 8.4 (Basiszorg): Zorgniveau Basiszorg kan worden gezien als uitgebreide Eerste Hulp door zorgprofessionals, waarbij het in de kern gaat om Eerste Hulp vaardigheden aangevuld met klinische blik en metingen. Medisch assisterend handelen kan hier van toepassing zijn.
  • In 8.5 (Huisartsenzorg) is de juridische positie van de VS AGZ/Huisartsgeneeskunde en de PA Huisartsgeneeskunde aangepast. Zij zijn zelfstandig bevoegd en zelfstandig inzetbaar binnen dit zorgniveau. Er dient wel een overlegmogelijkheid te zijn ingericht met de MME of een gedelegeerde arts, of met de huisarts op de huisartsenpost of SEH-arts.
  • In 8.6 (Spoedzorg) is voor enkele zorgprofessionals aangegeven dat de MME op basis van de competenties en relevante werkervaring van de zorgprofessional op welke specifieke evenementen deze inzetbaar is. Dit is van toepassing op: CCU-verpleegkundige, Recoveryverpleegkundige en PACU-verpleegkundige.
  • In 8.6 (Spoedzorg) worden nu ook medisch specialisten expliciet benoemd. De arts werkzaam op de CCU wordt niet expliciet meer benoemd. Het is aan de MME om in te schatten of de (basis)arts werkzaam op de CCU bekwaam is voor zorgniveau Spoedzorg en inzetbaar is op specifieke evenementen.
  • Toegevoegd in 8.6: De MME toetst op basis van deze protocollen of de individuele arts bevoegd en bekwaam is voor inzet in Spoedzorg en legt dit vast in de bekwaamheidsverklaring. De MME kan op basis van andere competenties en/of werkervaring zorgprofessionals anders dan hierboven genoemd bekwaam verklaren voor dit zorgniveau. Voorwaarde is dat de EZO een intern protocol heeft voor het tot stand komen van bekwaamheidsverklaring en dat dit voor de betreffende zorgprofessional individueel is vastgelegd. Dit geeft de MME meer ruimte om zorgprofessionals op basis van competenties bekwaam te verklaren voor dit zorgniveau.
  • In 8.7 (Specialistische Spoedzorg) is de internist acute geneeskunde toegevoegd. Deze beroepsgroep is onder specifieke voorwaarden inzetbaar in Specialistische Spoedzorg. Dit is van toepassing als de internist acute geneeskunde de vereiste competenties van Specialistische Spoedzorg op grond van de dagelijkse beroepspraktijk zelfstandig en op regelmatige basis uitvoert. In de praktijk betekent dit dat de internist acute geneeskunde werkzaam is op een Spoedeisende Hulp in een vergelijkbare rol als de SEH-arts en op regelmatige basis zelfstandig onder andere geavanceerd luchtwegmanagement en advanced (trauma) life support toepast. De MME dient hiervoor op individuele basis een bekwaamheidsverklaring af te geven, waarin wordt aangetoond dat aan de vereiste competenties kan worden voldaan. De EZO moet een intern protocol hebben hoe men tot bekwaamheidsverklaring komt.

Reeds in 1.88:

  • Medisch assisterend handelen is alleen binnen de EZO Medisch toegestaan, en kan als extra worden ingezet bij Evenementen Eerste Hulp en Basiszorg. Hieraan worden aanvullende eisen gesteld met betrekking tot bekwaamheid en bekwaamheidsverklaring.
  • Paragraaf 8.3 geeft een overzicht van de zorgniveaus voor de zorgprofessionals binnen de EZO Medisch.
  • In 8.3.1. wordt uitleg gegeven over zelfstandig- en niet-zelfstandig bevoegd, versus wel of niet zelfstandig inzetbaar in een bepaald zorgniveau.
  • Basiszorg: artsen nu ook beschreven. Binnen dit zorgniveau passen geen risicovolle of voorbehouden handelingen, metingen uitgezonderd.
  • Huisartsenzorg: nieuw ten opzichte van versie 1. Inzet van huisartsen, PA of VS huisartsenzorg. Zorg op basis van de NHG standaarden.
  • Spoedzorg: nu ook de Recovery-verpleegkundige, de PACU-verpleegkundige en anesthesiemedewerker expliciet vermeld. Wel geldt dat de MME bij inzet van deze zorgverleners goed moet beoordelen of de risico’s van het evenement (de verwachte zorgvragen) passen bij de relevante werkervaring. Advies is om hen altijd met een arts in te zetten (dus niet geheel zelfstandig inzetbaar).
  • Specialistisch spoedzorgteam beschreven: Ambulancechauffeur hoogcomplexe zorg en Ambulanceverpleegkundige hoogcomplexe zorg/Medisch Hulpverlener Ambulancezorg (hoogcomplexe zorg) vormen samen een Specialistisch Spoedzorgteam (vergelijkbaar met het ambulanceteam in de reguliere ambulancezorg). Andere combinaties met de ambulanceverpleegkundige zijn mogelijk mits de competenties van de tweede persoon tenminste gelijk zijn aan die van een ambulancechauffeur en beiden goed op elkaar zijn ingespeeld. Medisch assisterend handelen zoals elders beschreven is niet voldoende voor inzet in een Specialistisch Spoedzorgteam.
  • Minimale competenties van artsen in Specialistische spoedzorg beschreven (8.7.2).
  • Inzet van artsen en artsen in opleiding tot specialist (AIOS) in Spoedzorg en Specialistische Spoedzorg: de EZO moet een interne procedure inrichten om individuele artsen (al dan niet in opleiding tot specialist) bekwaam te verklaren. De MME is hiervoor eindverantwoordelijk.
  • Andere zorgverleners: korte beschrijving over de inzet van paramedici en andere zorgverleners.

Hoofdstuk 9

  • In versie 1.90 geen grote inhoudelijke wijzigingen.

Reeds in 1.88:

  • 9.1.2 beschrijft welke competenties de zorgverlener die medisch assisterend handelen toepast moet beheersen.
  • 9.1.5 beschrijft de aangepaste eisen aan medicatie beheer (naar aanleiding van vervallen toezichthoudend apotheker).

Hoofdstuk 10

  • Geen grote wijzigingen in 1.88 en 1.90.
  • Toelichting bij bekwaamheidsverklaring versus bekwaamheidsdossier: de bekwaamheidsverklaring is een door de MME opgestelde en ondertekende verklaring die aangeeft dat de individuele zorgprofessional bekwaam en bevoegd is om binnen een specifiek zorgniveau te worden ingezet. In het bekwaamheidsdossier wordt de onderbouwing voor de bekwaamheidsverklaring opgeslagen, zoals geldige diploma’s, certificaten, verklaringen en relevante werkervaring.

Hoofdstuk 11

  • Geen grote wijzigingen in 1.90.
  • Procesbeschrijving vergunningtraject beschreven en aangevuld met afbeelding (11.1.1).
  • Uitbreiding tekst over samenwerking tussen EZO’s en onderaannemerschap. Toevoeging samenwerkingsovereenkomst (11.1.3).
  • Verbetering tekst over zorgalinea en zorgplan.

Hoofdstuk 12

  • Tekstaanpassing in 12.2.2 over leren in de evenementenzorg.
  • Met betrekking tot de genoemde naamgeving en kleding voor evenementenzorgverleners in 12.2.3 zal in de toelichting (volgt eind dit jaar) nog uitgebreidere beschrijving volgen.

Reeds in 1.88:

  • Norm VIM-procedure verduidelijkt.
  • Nieuwe normen over samenwerking en verantwoordelijkheden tijdens de zorgverlening. Beschrijft oa wie wanneer in de lead is, wanneer overdracht plaatsvindt en welke uitzonderingen er kunnen zijn. 
  • Verduidelijking alarmering reguliere zorgprofessionals aan de hand van de zorgniveaus.
  • Nieuwe normen over de overdracht aan andere (reguliere) zorgprofessionals. Beschrijving over hoe de overdracht expliciet moet plaatsvinden.
  • Nadere duiding van de rollen ‘inzetcoördinator’, ’teamleider’ en ‘posthoofd/aanspreekpunt/contactpersoon’.
  • Herkenbaarheid en kleding van zorgverleners is nog niet geheel uitgewerkt, hiervoor zal een aparte raadpleging van het veld voor plaatsvinden.
  • Tekst zorgkosten (12.3) is aangepast en opgeschoond.

Hoofdstuk 13

  • Geen inhoudelijke wijzigingen in versie 1.90.
  • NB: landelijke registratie van evenementen(zorg) statistieken wordt op dit moment onderzocht. Mogelijk hebben de uitkomsten hiervan nog invloed op de gestelde normen hierboven.

Hoofdstuk 14

  • Termijn melding calamiteit bij Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd gewijzigd naar 3 werkdagen.

Reeds in 1.88:

  • Kleine aanpassingen in persoonlijke veiligheid en hygiëne in de evenementenzorg.
  • Borging van kwaliteit in de evenementenzorg verduidelijkt.
  • Vertrouwenspersoon verduidelijkt.
  • Nazorg evenementenzorgverleners verduidelijkt.
  • Geweld tegen zorgverleners verduidelijkt.

Hoofdstuk 15

  • Waar nodig aanpassing bronnen.

Indeling veldnorm (reeds in 1.8 / februari 2026)

Om de leesbaarheid van de veldnorm te verbeteren is het document ingedeeld 6 delen:

  • Deel I Algemeen
  • Deel II Evenementenzorgverleners
  • Deel III EZO Eerste Hulp
  • Deel IV EZO Medisch
  • Deel V Levering van zorg op evenementen
  • Deel VI Kwaliteit en veiligheid in de evenementenzorg

Hier in is onderscheid gemaakt tussen de delen die relevant zijn voor eerstehulpverleners en EZO Eerste Hulp (I,II,III,V,VI), voor zorgprofessionals en EZO Medisch (I,II,IV,V,VI).